DE GEEST IS UIT DE FLES
De veruit belangrijkste ontwikkeling in de wereld is zonder meer de voortzetting van de devaluatie van de sterk overgewaardeerde (50%?) Chinese Yuan, die nu haar 5-jarig laagtepunt tegenover de Dollar nadert. Ondanks de deviezencontroles! De Chinese overcapaciteit wordt binnenkort haar voornaamste export naar de rest van de wereld. De deflatiegeest is dan definitief uit de fles, ondanks de titanenstrijd daartegen door de Centrale Banken. Tegen de verwachting van de algemene mening in, blijven de obligatierendementen dalen, waardoor hun waarderingen blijven stijgen. De BofA ML Global Broad Market Index, welke de goede kwaliteitsobligaties (‘investment grade’) registreert, heeft een nieuw hoogtepunt bereikt en is sinds de financieele crisis van 2008 - 2009 met ruim 35% omhooggegaan en met liefst 6% in het afgelopen jaar. Groei- en inflatieverwachtingen zijn het laagst in jaren en worden onafgebroken naar beneden bijgesteld. De omloopsnelheid van het geld (M2) is sinds 1997, dus al 19 jaar, aan het kelderen en heeft net een dramatisch 60-jarig dieptepunt bereikt. Dit loopt niet goed af!
De Amerikaanse Treasuries zijn een verhaal apart. Het Amerikaanse economische plaatje steekt relatief gunstig af bij dat van de rest van de wereld (ondanks de superonbetrouwbare werkgelegenheidscijfers), maar de rendementscurve is toch niet steiler geworden, waarbij lange rendementen sneller aantrekken dan korte, zoals men gewoonlijk zou verwachten. Integendeel, het aantrekkelijke rendement van de langere Treasuries bleek een magneet voor het Grote Geld vanuit het buitenland, dat geconfronteerd wordt met negatieve rente in Europa en Japan. Tientallen miljarden aan Europese bedrijfsobligaties hebben nu zelfs een negatief rendement (bedankt, ECB!)! Daardoor is er sprake geweest van de meest extreme afvlakking van de Treasury - rendementscurve in 9 jaar (2-jaar/10-jaar rendementverschil of ‘spread’). De 25-jarige neergaande trend in rendementen van lange Treasuries, en dus in hogere waarderingen, zal, met onderbrekingen, nog lange tijd aanhouden, vanwege de toenemende economische en geopolitieke onzekerheden in een stagnerende wereld. Elke hoop op een economische groeiversnelling zal de bodem weer worden ingeslagen. De excessieve schuld en demografie (‘vergrijzing’) spelen een grote rol, naast het probleem van de kredietbubbel in China en in de Opkomende Markten.
Het wachten is nu tot de tijdbommen afgaan van wankele banken, bedrijven en landen. Een nieuwe financieele crisis ligt op de loer. Het is een kwestie van tijd. Centrale Banken lijken aan het eind van hun Latijn en hebben nog nooit zoveel keiharde kritiek moeten verduren. Het kan best zijn, dat sommige Centrale Banken in zo’n klimaat net doen alsof zij de laatste keer aan zet zijn (‘the last roll of the dice’) en een konijn uit de hoed proberen te toveren (‘helikoptergeld’, na negatieve rente?). Dat wordt dan echt de laatste zeepbel, die uitelkaar spat, voordat een nieuw monetair systeem in zicht komt. Dat kunstmatige 1927 - 1929 hausse-scenario van destijds, na de instorting van de grondstoffenprijzen in 1922, was de planmatige redding voor de ingewijden (een ‘coup de whiskey’ van de FED-directeur Benjamin Strong in 1927), terwijl grote delen van de wereld allang in een economische depressie verkeerden.
Ondertussen blijven de 200-daags gemiddelden van de meeste belangrijke aandelenmarkten (MSCI World Index), sinds een jaar, stevig naar beneden gericht en lijkt het technische koersherstel van de laatste paar maanden, met name van de Opkomende Markten, niet te handhaven. De grondstoffenprijzen (DJ-UBS Commodity Index) hebben, na 8 lange jaren, een instorting achter de rug van liefst 60%+, maar de recente tekenen van leven mogen geen naam hebben. Het keerpunt ligt nog ver in het verschiet, op een veel lager niveau, als er een eind komt aan de overproductie en als een groot deel van de producenten het bijltje erbij neerlegt.
Tegelijkertijd bevindt zich het achterhoedegevecht van de gevestigde orde tegen het populisme, plotseling in een eindstadium. Nationalisme is in een stroomversnelling geraakt. Die geest is ook uit de fles. Opeens staat het gehele 50-jarige bouwwerk van internationale vrijhandel (reeds 5 jaar in de ziekenboeg!) en internationale samenwerkingsverbanden op losse schroeven. De vrije beweging van mensen wordt overal ter discussie gesteld. De neergaande welvaartsspiraal voor de overgrote meerderheid der bevolking, met name die van de middenklasse, lijkt een einde te maken aan het onzichtbare ‘handjeklap spel’ tussen het internationale bedrijfsleven, de heersende klasse en de beleidsmakers. Belastingontwijking en persoonlijke verrijking van de bevoorrechte minderheid, staan in de schijnwerpers. Zal het roer straks noodgedwongen worden omgegooid, ongeacht de eventuele economische gevolgen op korte termijn? Wordt het weer ieder voor zich? Want de bestendigheid van de huidige vorm van globalisering, met haar scherpe vermogensongelijkheidsverschijnselen, is niet meer vanzelfsprekend.
De propaganda van de meeste officieele media om het volk de misleidende indruk van betrokkenheid te geven, lijkt aan dovemansoren gericht. Het zit de meesten echt tot hier! Daarom lijkt de algemene mening niet meer vatbaar voor schijnbaar redelijke argumenten om niet te tornen aan heilige koeien zoals de Europese Unie, de Eurozone, de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en het open grenzen welkom beleid.
Bij een eventueel vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (‘Brexit’), spelen alle doemverhalen een ondergeschikte rol. Alsof de Britse economische groei en het Britse Pond Sterling daardoor een gevoelige klap zouden worden toegebracht. Sinds haar lidmaatschap van de EU in 1973, is haar jaarlijkse economische groei immers alleen maar gedaald. Bovendien vertoont het Britse Pond Sterling tegenover de Dollar een neerwaartse trend sinds 1864, dus liefst al 152 jaar! Wat een geluk, dat men destijds de bus van de Euro voorbij heeft laten gaan en daardoor de macht van ‘gelddrukken’ niet opgaf. De chronische betalingsbalanstekorten konden zo mooi worden opgevangen. Maar natuurlijk zijn sommigen wel doodsbang voor ‘Brexit’ (‘wie volgt hierna?’) en zien zoiets als verraad aan de Europese droom, die vrede, veiligheid, democratie, vrijheid van meningsuiting en een rechtsstaat, beloofde te waarborgen. Of stemt die droom niet overeen met de toekomstige realiteit, zodra de Grote Klap zich aandient? Zien de Britten de bui juist aankomen?
De structuur van de EU wordt door vele Britten beschouwd als anti-democratisch en bedreigend, met een Europees parlement, dat noch enige wetgeving kan voorstellen, noch gebruik kan maken van een geloofwaardig stemrecht. Het wordt voornamelijk overheerst door Duitse afgevaardigden. Bovendien is de nodige koehandel voor vele Britten een doorn in het oog. Dit is de hoofdreden voor het Britse meerderheidsstelsel (‘first past the post’), waarbij mogelijke coalities tot een minimum worden beperkt. Afgezien nog van ettelijke duizenden lobbyisten, de miljardenverslindende bureaucratie, vanwege het gedwongen gebruik van 24 afzonderlijke talen, en het, door EU-verdragen opgedrongen, verblijf in drie verschillende steden (Brussel, Straatsburg en Luxemburg), alsmede de ondoorzichtige kostendeclaraties. De opkomst bij de Europese parlementsverkiezingen is dan ook opvallend laag.
Natuurlijk lijkt gezamenlijk optrekken meestal zinvol, maar naarmate men steeds meer kan fluiten naar nationale zelfstandigheid, nadert men een punt, waar het geduld van de boze burger afspringt. Angst, onmacht en onvrede zijn slechte raadgevers, maar de hedendaagse, ingewikkelde, geopolitieke en financieele crisissituaties zorgen ervoor, dat er niet meer geluisterd wordt naar degenen, die de ‘status quo’ aanhangen en op dezelfde voet wensen door te gaan. Soevereiniteit en eigen identiteit lijken het uiteindelijk te winnen van beloofde welvaart en stabiliteit. Net zoals ‘vrijheid’ van meer belang is dan brood. Daarom strandt uiteindelijk elk model, waar de burger zijn ziel moet inruilen voor de schijnbare geborgenheid van een almachtige superstaat.
De ernstig tekortschietende Euro is een valuta zonder land en is gedoemd te verdwijnen. De Europese Centrale Bank (ECB) probeert, ondanks het herhaaldelijk schoppen van de Bundesbank, wanhopig de schijn op te houden, dat een verzameling van verschillende, hoofdzakelijk kreupele en technisch failliete, landen, overeind kan worden gehouden. Wat een illusie om te geloven, dat eeuwenoude, overwegend Zuid- en Oost-Europese, culturen zouden kunnen ‘convergeren’ met die van Duitsland! Het is een gevaarlijk sprookje, dat soevereine ‘debiteurenlanden’ eeuwig aan de leiband zullen lopen van crediteurenlanden, waarbij hun interne economische depressie op de koop toe moet worden genomen, terwijl landen als Duitsland en Nederland zich gelukkig wanen met een, voor hen, kunstmatig lage Euro. Dan is men echt verkeerd bezig. Een brutale en onhoudbare dictatuur in schaapskleren? In werkelijkheid, zullen de crediteurenlanden uiteindelijk worden opgescheept met een 30% hogere (eigen) valuta, zodra de Euro sneuvelt, plus torenhoge ‘exit’- kosten (‘Target2’). Het alternatief om dat te voorkomen, is politiek onhaalbaar: de overheveling van hun gigantisch betalingsbalansoverschot naar de debiteurenlanden, zelfs via een achterdeur (Euro-obligaties). Vandaar de komende, onvermijdelijke, Europese nachtmerrie, waar de meesten liefst niet aan durven denken. Reken maar, dat de vlucht in Amerikaanse Dollars en Treasuries dan niet meer is te stuiten!
De wereld is voortdurend in beweging. Soms is het nauwelijks bij te benen. In de laatste 800 jaar, wisselden langdurige periodes van inflatie en deflatie, van voor- en tegenspoed, van democratie en dictatuur en van vrede en oorlog, elkaar af. De wereld beleeft nu een tijd, waarin excessieve, voornamelijk improductieve, schulden in de particuliere en overheidssector, de traditionele economische groei de nek dreigen om te draaien. Maar de natuur, net zoals bij eb en vloed, doet zijn werk, ongeacht de uiterste inspanningen van de mens om de dag des oordeels uit te stellen. Bedrijven verdwijnen bij de vleet. De redenen zijn teveel om op te noemen. Wie failliet is, gaat op een gegeven moment ook failliet. Wiens vaardigheden niet meer worden gevraagd (‘robotisering?’), moet tijdig de bakens verzetten, anders voelt men zich al gauw onthand. Daarom is er altijd overal en te allen tijde een Grote Klap, die men wel degelijk vaak kan zien aankomen, zolang men maar niet terugvalt naar een ontkenningsfase van: ‘het zal mijn tijd wel uitduren’. Onverschilligheid is (vrij naar ‘ledigheid’) des duivels oorkussen.
DIEDERIK SCHMULL
3 Juni, 2016
WESTCLIFF-On-SEA, Essex, U.K.
===