Translate

maandag 20 oktober 2014

FLIRTEN MET DEFLATOIRE STAGNATIE

FLIRTEN MET DEFLATOIRE STAGNATIE

Welkom in een wereld, waar economisch herstel steeds voor de deur staat. Doe maar net alsof er niets aan de hand is. Een deflatoire economische stagnatie? Geen sprake van! Wat je om je heen ziet, is niet, wat je straks krijgt voorgeschoteld. Straks is alles immers weer koek en ei, want de economie is echt bezig om uit het dal te komen. De meeste knappe koppen zeggen dat. Die zeiden ook, dat de economie allang zou zijn aangezwengeld, terwijl rente en inflatie zeker omhoog zouden gaan, maar, wie weet, dat zit zeker nog in het vat. Centrale Banken hebben alles onder controle. Kijk maar naar de officiele cijfers van het Bruto Nationaal Product van Amerika en Groot-Brittannie, die hoger staan dan 7 jaar geleden, dankzij het soepele monetaire beleid. Nu Europa nog. De Europese Centrale Bank is van plan om de economie een gigantische liquiditeitsinjectie toe te dienen, wat, door de verdeeldheid, even op zich had laten wachten. Verder heeft Japan, de derde grootste economie ter wereld, die het al 22 jaar moet stellen zonder enige nominale groei, een superstimuleringsbeleid en een forse devaluatie achter de rug, wat hun  uitwerking zeker niet zullen missen. Alleen de afkoeling in China kan nog roet in het eten gooien, maar de Staat is oppermachtig en kan een ‘harde’ landing aldaar zeker voorkomen.


Alle sussende woorden van de knappe koppen ten spijt, is de economische groei in de wereld, op jaarbasis, sinds het jaar 1999, dus al 15 jaar lang, niet veel beter dan tijdens de depressiejaren van de dertiger jaren, zo’n 80 jaar geleden. In het jaar 1999, overschreed de totale prive- en staatsschuld van Amerika de drempel van 275% ten opzichte van het Bruto Nationaal Product, terwijl de algemene levensstandaard sindsdien onveranderd is gebleven. De totale Amerikaanse schuld is nu op zo’n 360% aanbeland, Groot-Brittannie is op 500%, de Eurozone op 446% en Japan op een ongekende 650%. Verreweg het grootste gedeelte van die schuld is giftig, levert niets op en is dientengevolge improductief. Het is niet in staat om hoofdsom en rente ooit terug te verdienen. Als het zo doorgaat, zijn de rentelasten, over 10 jaar, van alleen al de Amerikaanse staatsschuld, die van de grote ontwikkelde landen er nog het beste voorstaat, even hoog als die schuld zelf, bij een gelijke rentestand!

Kapitein, er is een navigatieprobleem. Komt er een ijsberg in zicht? Hoelang duurt het nog, voordat de markten alle vertrouwen verliezen in het eeuwig verlengen van de overmatige wereldschuld? Als de wereldeconomie daardoor maar niet op gang kan komen, dan is het flirten geblazen met een deflatoire schuldsanering. Of kan men het spreekwoordelijke conservenblikje gewoon weer een schop geven via ongevenaarde monetaire steunoperaties? Tenslotte lukte het om, sinds de crisis van 2008, het schuldprobleem op de lange baan te schuiven met nog meer schuld. De (zichtbare) wereldschuld steeg liefst van $ 70.000 miljard to $ 100.000 miljard (IMF). Bovendien weet niemand of en wanneer er (weer) een vertrouwenscrisis ontstaat. Maar het wordt wel steeds duidelijker, dat men steeds harder moet lopen om alleen al stil te blijven staan! Beleggers in riskante activa, zoals krediet-gedreven aandelen, grondstoffen, onroerend goed en rommelobligaties (‘junk bonds’) kunnen straks geen oog meer dicht doen. De superactieve Hedge Funds hebben de hoogste hefboom in 5 jaar (2.64-tegen-1!), maar velen kregen het lid op de neus in 2014, door de ‘onverwachte’ daling in obligatierendementen, olieprijs en Japanse aandelen, om maar wat te noemen. Die zullen dus straks wel een toontje lager moeten zingen.


Kan het zijn, dat de wereld de kant opgaat van het 25-jarige drama in Japan? Die kampte immers het eerst met de uitdagingen van superhoge schuld en snelle vergrijzing. Welnu, de Japanse aandelen- en onroerend goedmarkten staan nog altijd 60% beneden het hoogtepunt van 1990. Sinds die tijd, vonden er 14 opgaande markten (Bullmarkten) plaats van meer dan 20%, die allemaal in tranen zijn geeindigd!

Ondertussen blijven inflatie en rente, met onderbrekingen, in een hardnekkige, lange termijn neergaande trend, waardoor solide staatsobligaties (ook de Japanse JGB’s!) hun rol als liquide vluchthaven meer dan ooit hebben bewezen. Maar de overmatige schuldpositie heeft ook geleid tot een vermindering van de omloopsnelheid van het geld (‘velocity’), oftewel de gemiddelde frequentie, waarmee geld in een bepaalde tijdsperiode wordt uitgegeven. Die omloopsnelheid is in de ontwikkelde landen het laagst in 60 jaar! De liquiditeitscreatie van de Centrale Banken (QE) maakte weinig uit en werd voornamelijk aangewend voor speculatieve doeleinden via Carry Trades: vooral het lenen in een valuta met lage rente en de omwisseling daarvan in een valuta met hogere rente via de obligatiemarkt, met een hefboom van 100 tot 300 tegen 1. Op die manier kan het bankwezen, met haar minimale eigen vermogen (hefboom van minstens 25-tegen-1), na elke, regelmatige, bankcrisis, weer wat bijspijkeren. Verder is de Money Multiplier, de kredietverstrekking door het bankwezen, op basis van een overschot aan reserves, het laagst in 100 jaar! En dat terwijl, in de praktijk, het bankwezen, niet de Centrale Bank, verantwoordelijk is voor 97% van de geldsomloop in de vorm van krediet en deposito’s, zonder een reserve-overschot vooraf (de mythe van Fractioneel Bankieren!) De Centrale Bank zorgt achteraf ervoor, dat het bankwezen zo’n overschot krijgt ‘uit de dunne lucht’. Geen wonder, dat de fundamentele groei het zo heeft laten afweten. Overmatige schuld is dus het Zwaard van Damocles! Daarom zijn degenen, die aan de touwtjes trekken, voortdurend bezig om kredietbubbels op te blazen, waardoor de massa in de waan wordt gebracht, dat het nog zo slecht niet gaat. De kuddegeest van de massa zorgt ervoor, dat het Grote Geld de buit kan binnenhalen, voordat het weer te laat is. Want elke bubbel barst.


Er gaan natuurlijk geluiden op om de geldcreatie van het bankwezen over te hevelen naar de Centrale Banken. Het is, in de praktijk, echter ‘vestzak-broekzak’, want wie was er achter de oprichting van die Centrale Banken zo’n honderd jaar geleden? Juist, het bankwezen zelf. In tegenstelling tot de algemene mening, heeft het bankwezen nooit de zeggenschap over de Centrale Banken opgegeven. Daarom zijn Centrale Banken ‘onafhankelijk’ en niet deel van de Staat. Er staan vele gevestigde belangen op het spel. Bovendien kan men stellen, dat het bankwezen, in theorie, veel efficienter kan reageren op de eventuele kredietbehoefte van de maatschappij. Stel je voor, dat men afhankelijk zou worden van de besluiten van een paar Centrale Bankiers! Alsof die de wijsheid in pacht zouden hebben. Maar het huidige systeem heeft er wel voor gezorgd, dat de top 1% een onvoorstelbare rijkdom ten deel viel. Acute ongelijkheid is een veeg teken en een gevaar voor het evenwicht in de maatschappij. Pas op voor het volk, dat op een gegeven moment de hooivork uit de kast haalt!


DIEDERIK SCHMULL


20 October, 2014

WESTCLIFF-On-SEA, Essex, U.K.

=

zondag 12 oktober 2014

DE HAASTIGE VLUCHT IN STAATSLENINGEN


DE HAASTIGE VLUCHT IN STAATSLENINGEN

De stormloop op, vooral langere termijn, niet-vervroegd aflosbare en door een Staat gegarandeerde, en dus ‘veilige’, obligaties, lijkt, tegen de algemene verwachting in, zich te versnellen. Alleen een Staat , niet een onderneming of een prive-persoon, heeft het vermogen tot belastingheffing en, meestal, tot de uitgifte van de eigen valuta. Wordt het de speculanten in riskante activa te heet onder de voeten? Kan het zijn, dat er een verwarrende periode van hardnekkige laagconjunctuur opdoemt? In ieder geval is er 6 jaar na de Grote Financiele Crisis slechts sprake van een uiterst armzalig economisch herstel, wat ver achter blijft bij het gemiddelde van de laatste 50 jaar. En dat, ondanks het meest onorthodoxe monetaire superstimuleringsbeleid aller tijden, met de laagste rente in 500 jaar. Geleidelijk begint het te dagen, dat er zich misschien een sluipende werelddepressie aandient, die door de autoriteiten, met alle mogelijke middelen, in goede banen moet worden geleid. Want het voorkomen van deze depressie, laat staan een duurzaam economisch herstel, lijkt voorlopig onbegonnen werk. Maar dat kan natuurlijk (nog) niet openlijk naar buiten worden gebracht.




Het beleid van Kwantitatieve Verruiming (QE), via de aankoop van obligaties, bestaat uit kredietschepping ‘uit de dunne lucht’ (‘thin air’), waardoor sommigen hun huidige bestedingen kunnen vergroten, zonder dat anderen gedwongen zouden zijn om hun bestedingen te verkleinen. QE is dus niet de reden, dat obligatierendementen en schuldbetalingen zijn gedaald. Integendeel, bij elke aankondiging van nieuwe QE, stegen de obligatierendementen (‘hogere inflatieverwachtingen’), om juist na afloop daarvan weer te dalen (‘inflatie bleef toch dalen, want de Centrale Bank heeft weinig vat op de richting van inflatie’).

Wat zijn ‘normale’ obligatierendementen? In de laatste 50 jaar zijn de obligatierendementen, historisch gezien, juist abnormaal hoog geweest (‘loon- en prijsspiraal’). Kan het zijn, dat de markten, niet de Centrale Banken, zich aanpassen aan de nieuwe realiteit van lage groei, lage inflatie en gedwongen schuldinkrimping, wat kenmerkend was tijdens de decennia, voorafgaand aan 1970?

Als de economische groei het af laat weten in een maatschappij met overmatige schuld, als percentage van de totale economie, en met duizenden, wellicht tienduizenden miljarden aan leningen, die in gebreke zijn, maar nog niet zijn afgeschreven, dan is het zaak om de pijn daarvan over een langdurige periode uit te smeren. Bovendien zullen de lasten van die afschrijving, naarmate de vergrijzing zich voortschrijdt, geleidelijk moeten worden afgewenteld op de steeds kleinere groep van productieve werknemers, vooral in het geval van matige of geen inflatie (want een schuld verdwijnt nooit!). Dat betekent ook, dat een Westerse maatschappij, die nu traditioneel bestaat uit 70% consumptie, de richting opgaat van aanzienlijk hogere besparingen als percentage van het beschikbare inkomen, zoals gebruikelijk zo’n 60 jaar geleden. DAT is de reden van de grote, ‘onverwachte’ daling in inflatie en rente. Want de rentes zijn overal dramatisch gekelderd, inclusief in probleemgebieden, zoals Zuid-Europa en ook in devaluatiegevoelige landen zoals Brazilie. De Federal Reserve doet net alsof het de werelddepressie heeft voorkomen, terwijl die in werkelijkheid door haar wordt ‘gemanaged’.


Wordt dit de grote kater van het generatie-lange schuldgelag? Er is echter niets nieuws onder de zon. Als men worstelt met teveel schuld en een stagnerend gemiddeld inkomen, zal men het rustiger aan moeten doen. De schuldinkrimping kan alleen bij stukjes en beetjes worden bereikt. De meeste Westerse landen, die geen recente geschiedenis hebben van faillissement, zullen niet aarzelen om deze lange weg te bewandelen. Dat betekent structurele economische stagnatie, wat politiek natuurlijk bijzonder onplezierig is! Erger nog, er is sinds 2008 op wereldschaal geen sprake geweest van echte schuldinkrimping. Daarom ligt die schuldinkrimping nog voor ons. Dat is bijzonder positief voor kasgeld en veilige, langere termijn staatsobligaties (die immers 100% uitbetalen op de afloopdatum). Bedrijfsobligaties, laat staan ‘rommelobligaties’ en riskante aandelen, zijn echter andere koek! Over 10 jaar zijn er weer talloze bekende bedrijven, die, vanwege allerlei oorzaken, helaas het onderspit hebben gedolven. Maar bekende, solide landen zullen NIET uit het firmament zijn verdwenen.


DIEDERIK SCHMULL


12 October, 2014


WESTCLIFF-On-SEA, Essex, U.K.
=

zaterdag 4 oktober 2014

DE BEURS GAAT DICHT


DE BEURS GAAT DICHT


De Crash van 2008 was nog kinderspel vergeleken met wat ons straks te wachten staat. Daarom is het van levensbelang om risico’s nu, niet straks, drastisch te verminderen, zolang dat nog kan en voordat alle kunstmatige winsten als sneeuw voor de zon weer verdwijnen. Het financiele systeem stevent af op een ultieme crisis, waardoor beurzen (flitshandel!), banken en het vrije kapitaalverkeer, voor onbepaalde tijd, aan banden moeten worden gelegd. Een te snelle auto vliegt uit de bocht en eindigt als een wrak. Een markt, die niet (kan) worden afgeremd, is gedoemd om totaal ineen te storten. Een markt, die het moet hebben van ‘slecht nieuws is goed nieuws’, wat immers ‘altijd’ schijnt te leiden tot meer monetaire stimulering, wordt ongelofelijk kwetsbaar, zodra slecht nieuws niet meer goed nieuws is. Als de markt eenmaal inziet, dat de almacht van de Centrale Bank een illusie is, dan is het spel uit, want dat is puur slecht nieuws! Maar ondertussen is de gemiddelde belegger, door het Nul-rente-beleid, wel de kant opgedreven van de hoogst mogelijke risico’s, zodat het financiele kaartenhuis uiterst gammel is geworden. Want de totale wereldschuld blijft exponentieel stijgen, terwijl de economische groei  en de inflatie alleen maar achteruit blijven gaan.



Tegelijkertijd groeit de onzichtbare derivatenpiramide, nu reeds minstens 10 maal zo groot als de wereldeconomie, als kool. Het overgrote gedeelte is niet beursgenoteerd en het blijkt bijna onmogelijk om enige controle daarover uit te oefenen. De meeste derivaten, vooral rente-swaps, zijn geconcentreerd bij 25 financiele instellingen, die daardoor ‘te groot’ zijn geworden om ooit te worden ‘gered’. Als de rente, om welke reden dan ook, opeens grilliger wordt, dan zijn de risico’s voor het financiele systeem niet te overzien. Als er maar iets hapert bij enige tegenpartij, die financieel in gebreke dreigt te geraken, dan wordt deze piramide vliegensvlug met de grond gelijk gemaakt. Denkbeeldige (‘notional’) bedragen voor uitbetaling worden dan eensklaps omgetoverd in onvervalste (‘netto’) bedragen, waardoor het wereldwijde spinneweb van onderlinge schakels buiten werking wordt gesteld. Niemand is in staat om deze tijdbom onschadelijk te maken, omdat dit wordt gezien als een onmisbare, aanzienlijke winstbron voor de financiele sector. Het is de kurk, waar de sector op drijft. Het wachten is daarom op de blikseminslag, die de wereld onvermijdelijk opeens zal overvallen. Daarmee is het meteen, structureel, gedaan met de gigantische ‘financialisering’, die steeds als een zwaard van Damocles boven het hoofd van de wereld hangt. Elke exponentiele groeispiraal draagt nu eenmaal de kiem in zich tot massale zelfvernietiging. Het eindstation is de onvrijwillige terugkeer naar een systeem van ‘vaste’ wisselkoersen, zoals dat min of meer bestond voor 1971. De behoefte aan afgeleide beleggingsinstrumenten zakt dan snel inelkaar. In het verleden, heeft de wereld, vaak met tussenpozen van een generatie, het ene systeem ingeruild voor het andere, omdat elk systeem nu eenmaal, op een gegeven moment, in zijn voegen kraakt.


De financiering van een, op exponentiele schuldvergroting, gebaseerde maatschappij, is niet vol te houden, indien de economische groei en de spaarquote blijven tegenvallen. Zelfs met ultra-lage rente, zijn de rente-lasten bij excessieve schuld bijzonder onaangenaam. Er is daarom allang sprake van een structurele groeivertraging in de ontwikkelde landen, vanwege stagnerende reele inkomens, tekortschietend internationaal concurrentievermogen, hardnekkig gebrek aan werkgelegenheid voor de jongere generatie (technologische vooruitgang!), overheidsbezuinigingen en demografische trends, zoals vergrijzing. Tegelijkertijd zijn de opkomende landen, met hun veel jongere bevolking, voorlopig slechts in staat om die consumptierol in beperkte mate over te nemen.

Ondertussen vallen de wereldwijde inflatie en rente veel lager uit dan bijna alle voorspellingen. Er is overal overcapaciteit, geen loon- en kredietspiraal (behalve in China), geen prijsdruk, zelfs niet in voedsel en energie, terwijl de Internet zorgt voor geimporteerde deflatie. Begint het te dagen, dat de wereld voorgoed is veranderd?




DIEDERIK SCHMULL


4 October, 2014


WESTCLIFF-On-SEA, Essex, U.K.

=

zaterdag 27 september 2014

OP HET SCHERP VAN DE SNEDE



OP HET SCHERP VAN DE SNEDE

Zo, de wereld is weer wat wijzer geworden. Een enkeling, die zich als een roepende in de woestijn moet hebben gevoeld, wees op het beperkte en onbedoelde effect van de grootscheepse monetaire stimulering. Centrale Bankiers werden immers als wonderdokters beschouwd, die de wereld hadden behoed voor deflatie en depressie. Nu, na bijna 6 jaar van gigantische ‘kwantitatieve verruiming’, staat de wereld waarachtig toch oog in oog met dalende grondstoffenprijzen en deflatie (en stijgende reele rente, ookal is de nominale rente nul). De omloopsnelheid van het geld blijft in een structurele vrije val. De wereld staat dus weer op het scherp van de snede? Volgens (onderwijzer) Bartjens was dat onmogelijk! Beleidsmakers zijn helemaal verbouwereerd. Misschien moet men nu alles op alles zetten om nog meer datgene te doen, wat tot nu toe niet gewerkt heeft! Maar het zal niet mogen baten. Het grote spel is voorbij. De slinger is bezig aan zijn tegenbeweging.


Het onorthodoxe monetair beleid heeft gefaald. De genadeloze, neergaande trend in inflatie, zelfs in Amerika, zet zich voort. Er zijn structurele deflatoire krachten aan het werk, die velen uit het oog hadden verloren. Tegen de algemene mening in, lijkt de Amerikaanse Dollar, sinds de bodem van 2007, in kracht toe te nemen, wat nog jarenlang zal aanhouden. De Dollarstijging is een ondubbelzinnige waarschuwing. Het tekort op de Amerikaanse lopende rekening, ten opzichte van het BNP, zal structureel blijven dalen, nadat het gedurende 20 jaar (1991 - 2007) onverbiddelijk was opgelopen. De energierevolutie, het concurrentievermogen (vooral ten opzichte van China), de kredietinkrimping bij de Babyboomers (hogere spaarquote) en demografie, hebben voor deze omwenteling gezorgd. Maar dit betekent, dat de kraan wordt dichtgedraaid van een van de belangrijkste liquiditeitsbronnen voor de wereldhandel, wat zijn uitwerking niet zal missen op het internationale monetaire systeem.

Amerika en Europa, met respectievelijk 5% en 10% van de wereldbevolking, nemen elk bijna 30% van de consumentenvraag in de wereld voor hun rekening. Maar de gemiddelde consument in het Westen, die zijn reele inkomen in het afgelopen decennium alleen maar heeft zien dalen, is veel voorzichtiger geworden en voornamelijk uit op koopjes. Consumentenkrediet dient steeds meer om elke maand de touwtjes aan elkaar te knopen, niet om zich vol te laden met allerlei goederen. De zogenaamd ‘sterke’ opkomende landen zijn nog enorm afhankelijk van export, vooral van grondstoffen, naar die Westerse consument, die de Westerse economie voor 70% bepaalt. De consumentensector in niet-Westerse landen is vaak niet meer dan eenderde van de economie, ook in China, wat heel vaak ook nog lijkt te stagneren. De niet-Westerse landen, met 85% van de wereldbevolking, lijken daarom af te stevenen op een catastrofale cyclus van devaluatie en deflatie, omdat hun lot is verbonden aan een stijgende Dollar, waarin zij juist voornamelijk hadden geleend. Een structureel stijgende Dollar doet de opkomende economische giganten daarom de das om!

Vanwege een reeks structurele factoren, exporteert Amerika minder kapitaal, wat heeft geleid tot een Dollartekort. Als de wereld ooit het vertrouwen verliest in de Centrale Banken om dat Dollartekort te verlichten, dan zijn de gevolgen van de klap in riskante activa, zoals aandelen (funest voor cashflow), grondstoffen en onroerend goed, niet mals. Alle pogingen om de eigen valuta in dit klimaat onder controle te houden, zullen steeds vruchtelozer worden. Een nieuwe liquiditeitscrisis, valuta-oorlogen (devaluatie van de Chinese Renminbi, vanwege de looninflatie!) en kapitaalcontroles liggen op de loer. Mocht de Federal Reserve onverhoopt de rente enigszins verhogen, zoals in 1928, voor de Grote Crash van 1929, dan is het plaatje compleet. Opeens moet de gehele wereld dan ‘afkicken’. Dat komt ervan, als de wereld leent in de ‘eeuwig zwakke’ Dollar (80% van de wereldschuld) om haar liquiditeit op peil te houden. Er zal weer een hoge prijs betaald moeten worden voor zo’n onzinnig beleid. Reken er maar niet op, dat de 20-jarige stijging van het Amerikaanse tekort op haar lopende rekening (voor 2007) kan worden herhaald. Dat is vechten tegen de bierkaai.

DIEDERIK SCHMULL

27 September, 2014

WESTCLIFF-On-SEA, Essex, U.K.

maandag 15 september 2014

VERDER VAN HUIS DAN OOIT


VERDER VAN HUIS DAN OOIT

Blind optimisme is voorbarig. De echte economie komt niet op gang. De wereld probeert, met superlage rente, de stijgende historische schuld met zich mee te torsen. De problemen van de Grote Financiele Crisis van 2008, wachten nog op een oplossing, goedschiks of kwaadschiks. Het experimentele monetaire beleid van kwantitatieve verruiming (QE) zorgde voor uitstel, geen afstel. Bovendien schijnen talloze politieke brandhaarden zich uit te breiden, wat de economische onzekerheid verder vergroot. Een stabiele, welvarende wereld, die in de jaren ‘80 en ‘90 even binnen handbereik lag, vanwege toenemende ‘globalisering’, is verder van huis dan ooit tevoren! Een spectaculaire, nieuwe systeemcrisis komt, al slaapwandelend, op ons af.


Geen wonder, dat de 1000 grootste, beursgenoteerde ondernemingen van de wereld, kasposities hebben opgebouwd, die nu bijna 100% hoger zijn dan 6 jaar geleden, zelfs na een gigantische inkoop van eigen aandelen (‘financial engineering’ - verhoogt de winst per aandeel, zonder omzetvergroting) en na een reeks van bedrijfsovernames. Centrale Banken zorgden met hun liquiditeitsinjecties voor een kunstmatig beleggingsklimaat (koop: ‘momentum’, ongeacht beleggingsmerites), dat echter niet eeuwig kan zijn. Daarom is er zoveel onzekerheid over de langere termijn, wat funest is voor bedrijfsinvesteringen. De meest gehate beleggingen aan het begin van 2014, zoals de 30-jarige Amerikaanse Treasuries, beleefden een forse opwaardering, de zoveelste in een Bullmarkt, die al sinds 1980 weigert de geest te geven. De reden is, dat de 60-jarige Westelijke inflatie- en kredietcyclus alle tekenen vertoont van een roemrucht einde door een fatale combinatie van een verdere instorting van de geldsomloop, excessieve schuldenlast, kredietinkrimping, kapitaals- en handelsrestricties (sancties!) en demografische trends. Als dat zo is, dan is kasgeld, in tegenstelling tot de algemene mening, ‘koning’. De knapste koppen in de klas met hun vernuftige, meestal op het verleden gebaseerde, financiele modellen, zullen tevergeefs uitkijken naar de grote rotatie van conservatief naar riskant gedrag. De crisis is niet voorbij, maar pas begonnen. Na de verdoving, volgt altijd de realiteit.

‘Financiele repressie’, om via een bepaald rentebeleid de staatsschuld te verminderen, tegelijk met politiek gevoelige bezuinigingen en belastingverhogingen, is in volle gang. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft nu officieel een negatieve rente doorgevoerd bij de deposito’s, die door de Europese banken bij haar worden aangehouden. De banken, op hun beurt, zullen de kosten hiervoor moeten afwentelen op hun clienten. Een banksaldo maakt daardoor straks automatisch een reeel en nominaal verlies. Tegelijkertijd hebben talloze kortere termijn staatsleningen al negatieve rente, waardoor men de staat moet betalen voor de eer om het geld aldaar veilig te stallen. De volgende stap is kapitaalcontroles. Alle optimistische, meerjarige schattingen over de komende ‘wereldgroei’ kunnen dan de prullenbak in. Want kapitaalcontroles zijn nooit ‘tijdelijk’! In de praktijk duren die vaak decennia.


De ene valse dageraad zal volgen op de andere, aangemoedigd door de bekende beleidsmakers, maar er is geen economisch herstel in zicht. Er is juist sprake van een absolute noodtoestand. Het echte risico van het financiele systeem is zo aanzienlijk, dat de wereld, maar vooral Europa, niet ver weg is van een algehele banknationalisatie. Pas daarna kan de onherroepelijke sanering volgen, omdat niemand zicht heeft op de werkelijke stand van zaken. Er bestaan duizenden miljarden aan leningen, die in gebreke zijn gebleven (NPL’s, non-performing loans) of andere investeringen, die moeilijk kunnen worden gewaardeerd. Al dit ‘giftig’ oud zeer is op grote schaal weggemoffeld, vooral via derivaten. Uiteindelijk zijn de belastingbetalers toch de klos, terwijl de rekeninghouders (die immers crediteuren zijn), via ‘Bailins’, een groot offer zullen moeten brengen. De hoop is, dat de afschrijving van deze ‘geerfde’ schuld (‘legacy debt’), die misschien wel 10 tot 30% van de wereldeconomie bedraagt, kan geschieden over een periode van enkele decennia, via het belastingsysteem. Nee, de schuld verdwijnt nooit. En een internationale monetaire ‘reset’ vereist overeenstemming, met bij voorkeur een almachtige partij, die het doordrukt, zoals Amerika destijds in het geval van Bretton Woods in 1944. Die overeenstemming is tegenwoordig ver te zoeken. Het is een ‘ieder-voor-zich’ wereld geworden, waarbij de na-oorlogse gevestigde orde geen vat meer heeft op de gang van zaken.


DIEDERIK SCHMULL


15 September, 2014

WESTCLIFF-On-SEA, Essex, U.K.

zondag 31 augustus 2014

DE SCHULDVERSLAVINGSONTWENNINGSKUUR


DE SCHULDVERSLAVINGSONTWENNINGSKUUR


De grootste kredietcyclus aller tijden, tussen 1995 en 2006, en de daaropvolgende financiele ineenstorting, zullen een generatie-lange schrikneurose tot gevolg hebben. De wereldschuld als percentage van de economie is weliswaar verder gestegen tot een nieuw record, maar er zijn tekenen, dat de Super-Schulden-Cyclus op zijn laatste benen loopt. De optimisten zullen tevergeefs uitkijken naar een noemenswaardige voortzetting van deze historische kredietperiode. De wereld staat juist aan het prille begin van een, al of niet gedwongen, schuldontwenningskuur. De verhouding van Amerikaanse consumentenschuld (bestaande uit 70% hypotheekkrediet) tot het beschikbare inkomen, daalde weliswaar van 130% tot 105% tussen 2007 en 2014. Maar 50% van de daling was te danken aan inflatie, die echter wel is blijven zakken. In eerste instantie nam die schuldratio nog toe, vanwege de daling van de prijzen van onderpand, in hoofdzaak onroerend goed. Maar vooral een spiraal van hypotheekfaillissementen zorgde later voor een vermindering, omdat Amerikanen hun woningen, die minder waard zijn dan het hypotheekbedrag, aan de geldschieter kunnen overhandigen. De schuldinkrimping in Europa zal echter veel trager verlopen. Bij hele lage inflatie of zelfs deflatie, is zoiets een langdurig proces. Economische groei? Vergeet het maar! Het probleem van excessieve schuld moet eerst uit de weg worden geruimd. De huidige generatie zit voorlopig op de blaren.


De optimisten staan straks voor aap. De ongekende financialisering, waarbij de groei van de financiele sector die van de echte economie ver te boven gaat, is nu in zijn achteruit gezet. Economische groei, gebaseerd op een schuldenexplosie in plaats van op besparingen, is nooit een lang leven beschoren. Het jarenlange, experimentele, onbeperkte liquiditeitsbeleid van Centrale Banken mag dan de markten omhoogdrijven, maar kan alleen wat tijd winnen. Blijft de gewenste economische groei uit, ondanks of dankzij dit aggressieve beleid? Dat probeert de grootste olifant in de wereld, de risicoloze obligatiemarkt (aflossing is immers op 100% op de afloopdatum), met ongekende lage rendementen voor 10- tot 30-jarige looptijden en dus hoge waarderingen, ons allang te vertellen. Bij de kleinste geluiden spitsen waakzame konijnen hun oren. De hemel dondert. Hangt er een onweersbui in de lucht? Nadert het einde van de 60-jarige Super-Schulden-Cyclus? Dat is even wennen, want het scheelt een slok op een borrel. Alles wordt dan anders. Alle krediet-gedreven ‘riskante’ activa, zoals onroerend goed, grondstoffen en aandelen (aandelenkrediet staat op een record), zouden op de tocht komen te staan. Dat gaat namelijk gepaard met deflatie. Japanse huizenprijzen staan bijvoorbeeld nog 65% lager dan 23 jaar geleden, na een wilde stijging van 200% in de voorafgaande 10-jarige periode.


Waar de schoen wringt, is de extreem hoge totale schuld als percentage van de economie. De ervaring leert, dat zo’n percentage verschilt van land tot land, voordat de markt het vertrouwen verliest in de solvabiliteit of het vermogen om aan de verplichtingen te voldoen. In zo’n klimaat is het vertrouwen, om lange termijn investeringen te doen, ver te zoeken. Daarom is er zoveel liquiditeit, dat de prijs van Geld (‘rente’), tegen alle verwachting in, alle laagterecords blijft breken. Niemand weet wanneer de touwladder breekt. Laten we een gooi wagen. Het is aanstaande, eventueel na een laatste, wanhopige ‘coup de whiskey’ - een grootscheepse liquiditeitsverhoging - (FED-gouverneur Strong in de jaren ‘20, net voor de Crash in Wall Street). Als de geld-elite in paniek raakt en werkelijk aanstuurt op een dergelijke, roekeloze, kortstondige Super-Hausse door de geldhoeveelheid nog meer te verruimen, dan zal het gehele Centrale Bankensysteem zijn geloofwaardigheid daarna voorgoed verliezen. Het gehele huidige monetaire geldstelsel, inclusief het fractioneel bankieren (veelvuldig uitlenen of investeren van een minimale reserve) en het derivatenmonster, komt dan op de helling. Dat maakt dan meteen een einde aan de lichtvaardige kredietcultuur en de overmoedige speculatiedrift van de laatste decennia.


De Zuidzee-bubbel van 1720 was zo’n alarmerende gebeurtenis, die de elite van die tijd had aangemoedigd. In amper 6 maanden, steeg het aandeel van de South Sea Company met 700%, terwijl iedereen, van hoog tot laag, inclusief het Engelse Koninklijk Huis, erbij was betrokken. Totdat er daarna, binnen twee maanden, een instorting plaatsvond van 90%. Een neergaande economische periode van 95 jaar volgde. Het zou nog liefst 240 jaar duren, voordat de beurskoersen hun hoogtepunt van 1720 weer hadden bereikt!


DIEDERIK SCHMULL


31 Augustus, 2014

WESTCLIFF-On-SEA, Essex, U.K.

==

woensdag 27 augustus 2014

(TIP): MET DE RUG TEGEN DE MUUR


(TIP): MET DE RUG TEGEN DE MUUR

Altijd hetzelfde liedje. Achteraf gezien, lijken alle grote bubbels, zoals die van de tulpenbollen, de internet en de huizenprijzen, de absolute waanzin ten top, maar gedurende zo’n bubbel voelt dat helemaal niet zo. Als zoiets aan de gang is, lijkt het zelfs rationeel. Het is daarom een fascinerend verschijnsel. Want men maakt zichzelf wijs, dat Centrale Banken of Overheden het einde van zo’n bubbel nooit zouden toelaten. Alsof iemand eb en vloed zou kunnen beinvloeden! Nu weer: een beurscrash zou ondenkbaar zijn, omdat het roet in het eten van de Centrale Banken zou gooien. Erger nog: hangen aan de lippen van de monetaire beleidsmakers blijft een voorwaarde voor een succesvolle beleggingsstrategie, terwijl hun woorden in het verleden juist keer op keer met een korreltje zout zouden moeten worden genomen. De perceptie van eindeloos goedkoop geld heeft allang geleid tot grootscheepse speculaties en buitensporige waarderingen. Het voelt natuurlijk niet zo, omdat men  de bedrijfswinsten vrolijk extrapoleert naar de verre toekomst! Maar ‘opgeblazen’ winsten zijn tijdelijk.


Door de torenhoge schuld als percentage van de totale economie, staat de wereld met de rug tegen de muur. Maar slecht nieuws is immers goed nieuws. Het monetaire beleid blijft dus soepel en expansief, nietwaar? Deflatie ligt zelfs op de loer. Dus een afscheid van een onbeperkt liquiditeitsbeleid kan men vergeten, nietwaar? De autoriteiten zouden een nieuwe Grote Financiele Crisis toch nooit toestaan? Er is echter een natuurwet: niets is eeuwig vol te houden, ook niet een kredietgroei van duizenden miljarden. Voor de meesten, die dit niet geloven, wordt het straks weer voelen. Tja, ‘straks’, dat zien we dan wel weer, vergetende, dat men dit keer geheel buiten spel kan raken, als men niet voorbereid is. Want de volgende Financiele Crisis wordt pas de ‘echte’, die korte metten maakt met het gehele krediet-gedreven bouwwerk van de laatste 60 jaar. Na de huidige Super-schulden-cyclus, zal er  hoogstwaarschijnlijk niet kunnen worden ontkomen aan een massieve schuldkwijtschelding. De indruk, dat de autoriteiten zo’n gigantische financiele aderlating nooit zouden tolereren, is weer onjuist. In de geschiedenis wordt er altijd een punt bereikt, waar wie ‘technisch’ failliet is, ook failliet gaat. Dat is nooit het einde van de wereld geweest.

Wat er staat te gebeuren, werpt zijn schaduw allang vooruit. Tegen de verwachting van de meesten in, vindt er een onvoorstelbare vlucht plaats naar de veiligheid van ‘saaie’ vastrentende waarden, die beloven 100% uit te betalen op de afloopdatum. Centrale Banken spelen slechts een ondergeschikte rol in deze opwaardering. De aankoopcijfers van Treasuries en Bunds spreken boekdelen. De conclusie is, dat het geinformeerde, ‘slimme’ Geld, de bui ziet aankomen, terwijl de massa nog steeds in de waan verkeert, dat het gevaar is geweken en een economisch herstel een kwestie van tijd is. De andere conclusie is, dat de markt van eersteklas obligaties NOOIT dichtgaat, omdat de autoriteiten de staatsfinanciering altijd aan de gang moeten houden.


Natuurlijk overleeft de Eurozone zoiets niet. Kan men zich een voorstelling maken van de werkeloosheidscijfers in Europa, met nu al 25% in landen als Spanje, als eenmaal de volgende crisis toeslaat? De opsplitsing van de Eurozone is al in gang gezet, nu de Front National de laatste verkiezingen in Frankrijk heeft gewonnen. Het zal nog een hele toer worden om de Europese Unie als een zuivere politieke unie voort te zetten. Daarnaast zullen de meeste Opkomende Landen een genadeslag krijgen, vanwege hun enorme dollarschulden en de verdere daling van de grondstoffenprijzen. De olieprijs zou kunnen halveren! De richting is duidelijk. Amerika komt er nog het beste vanaf. Geen land heeft zo’n zelfvoorziening in voedsel en energie als Amerika. Geen land heeft zo’n kans op een heropleving in de toekomst, ongehinderd door een ernstige demografie-crisis, zoals in Japan, Europa, Rusland en, niet te vergeten, China, waar het aantal werkenden al dalende is. Maar als de rest van de wereld afdaalt in een ware chaos, dan moet men zich afvragen of Amerika dit keer desondanks isolationistischer wordt en niet te hulp schiet. Amerika lijkt voorlopig genoeg te hebben van haar wereldrol. Zal de wereld uiteenvallen in verschillende blokken, waar iedereen zijn eigen boontjes probeert te doppen?

DIEDERIK SCHMULL
27 Augustus, 2014

WESTCLIFF-On-SEA, Essex, U.K.


==